Autisme en sociale interactie: contact maken kan er voor ieder kind anders uitzien

Bericht geplaatst op: 2 september 2026

Autisme en sociale interactie: contact maken kan er voor ieder kind anders uitzien

Een praatje maken, samen spelen, oogcontact maken of iemand een knuffel geven. Voor veel mensen zijn dit vanzelfsprekende manieren om contact te maken. Maar sociale interactie kan er bij kinderen met autisme heel anders uitzien. Soms is contact maken lastig, soms wordt contact op een onverwachte manier gezocht en soms heeft een kind juist weinig behoefte aan sociaal contact.

Wat zijn vormen van sociale interactie? Hoe kan dit er bij kinderen met autisme uitzien? En hoe kunt u als ouder aansluiten bij de manier waarop uw kind contact maakt?

We vroegen het aan Sophia Kaatee, zorgbemiddelaar en voormalig hoofdbehandelaar bij Raeger Autismecentrum. Vanuit haar werk ziet zij dagelijks hoe verschillend de communicatie en het contact kunnen verlopen bij kinderen met autisme.

Communicatie is meer dan praten

Als we aan communicatie denken, denken we vaak als eerste aan praten.  Communicatie is echter veel breder. Bij Raeger zijn veel kinderen die niet of nauwelijks spreken. Dat betekent niet dat zij niet communiceren. “Kinderen kunnen op verschillende manieren laten zien wat ze denken, voelen, willen of nodig hebben”, legt Sophia uit.

Dit kan bijvoorbeeld door gebaren, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Een kind kan ergens naar wijzen, iemand meenemen naar wat het nodig heeft of wegkijken wanneer iets te veel wordt. Ook geluiden kunnen een vorm van communicatie zijn. Denk aan het maken van klanken, roepen of huilen.

Gedrag is ook een manier van communiceren. Een kind dat een puzzel op de grond gooit, kan bijvoorbeeld duidelijk willen maken dat het de puzzel niet wil maken. Een kind dat een stoel naar een kast schuift, kan daarmee laten zien dat het iets wil pakken. "Als medewerker en als ouder is het telkens de uitdaging om te achterhalen wat het kind wil zeggen of duidelijk maken", zegt Sophia.

Contact zoeken

Sophia neemt graag een veel voorkomend misverstand uit de weg. “Er wordt wel eens gezegd: kinderen met autisme zijn helemaal niet sociaal. Maar ze hebben soms gewoon een andere manier van contact zoeken. Dat wil niet altijd zeggen dat ze niet sociaal zijn of geen sociaal contact willen.”

Dat contact kan er bijvoorbeeld uitzien als een hand vastpakken, heel dichtbij komen of op iemand z’n schoot gaan zitten. Voor een kind kan dat een manier zijn om te zeggen: ik vind jou aardig, ik wil contact of ik wil samen iets doen. Alleen is de manier waarop die boodschap wordt overgebracht niet altijd prettig of passend voor de ander.

Daar ontstaat soms een belangrijke uitdaging: hoe leert u uw kind om contact te maken op een manier die voor beide kanten prettig is?

Samen zoeken naar een vorm die voor iedereen werkt

Sociale interactie gaat niet alleen over wat het kind wil, maar ook over de persoon waarmee het kind contact zoekt. Als uw kind bijvoorbeeld graag fysiek contact zoekt door een hand vast te pakken of dichtbij iemand te komen, is het belangrijk dat uw kind leert om rekening te houden met de ander.

“Daarbij is het nodig om ook grenzen te leren herkennen en aan te geven”, legt Sophia uit. Een kind kan bijvoorbeeld leren dat een gebaar, een picto of een woord als ‘stop’ betekent dat de ander het niet wil.

Samen kunt u kijken naar alternatieven die voor beide prettig zijn. Misschien kan uw kind eerst een hand uitsteken in plaats van de ander z’n hand direct vast te pakken, of eerst met een gebaar of woord vragen om contact. Zo leert uw kind stap voor stap dat contact iets is wat je samen vormgeeft.

Kleine stappen zijn ook sociale stappen

Sociale interactie hoeft bovendien niet te betekenen dat kinderen samen een spel spelen. Voor veel kinderen begint het veel kleiner. Het begint soms met het even kijken naar elkaar en aandacht hebben voor wat een ander aan het doen is.  Dat is voor onze doelgroep ook niet altijd vanzelfsprekend”, legt Sophia uit.

Samen spelen, samen delen

Ook samen spelen kan er bij uw kind anders uitzien dan u misschien verwacht. Kinderen met autisme spelen bijvoorbeeld regelmatig naast elkaar in plaats van mét elkaar. Dit wordt ook wel parallelspel genoemd.

Bij parallelspel zijn kinderen met hetzelfde of vergelijkbaar materiaal bezig, maar is er weinig onderlinge interactie. Het ene kind bouwt bijvoorbeeld een treinbaan, terwijl het andere kind met een treintje over de baan rijdt.

Soms begint samenspel heel klein: met iets waar beide kinderen enthousiast van worden. “Juist door aan te sluiten bij wat een kind interessant vindt, kun je de sociale interactie op een natuurlijke manier stimuleren”, vertelt Sophia.

Leren delen kan een belangrijke eerste stap zijn in het contact met andere kinderen. Voor elk kind kan het lastig zijn om speelgoed of ander materiaal samen te delen. “Bij het oefenen met samen delen kan het helpen om te beginnen met materiaal waar het kind minder waarde aan hecht. Zo is de kans kleiner dat het kind het materiaal sterk claimt”, gaat Sophia verder.

Als een ander contact zoekt

Zoals eerder genoemd, werkt sociaal contact twee kanten op. Wanneer u of iemand anders contact zoekt met uw kind, bijvoorbeeld door de naam te noemen, te praten of op een andere manier toenadering te zoeken, betekent dit niet automatisch dat uw kind daarop reageert.

Uw kind kan bijvoorbeeld wegkijken, weglopen of niet reageren wanneer het wordt aangesproken. “Het kan dan zijn dat het kind niet goed weet wat er van hem of haar wordt verwacht, de toenadering niet prettig vindt of meer tijd nodig heeft om te reageren”, legt Sophia uit.

Voor de ander kan het soms lastig zijn wanneer een toenadering niet wordt beantwoord. Daarom is het belangrijk om ook hierbij te kijken naar wat uw kind wél laat zien. Misschien reageert uw kind niet op zijn naam, maar kijkt het wel even op of zoekt het op een andere manier contact.

Ook hierbij kan het helpen om aan te sluiten bij de interesses van uw kind. Door contact te maken vanuit iets wat uw kind interessant vindt, sluit u beter aan bij de belevingswereld van uw kind en kan er ruimte ontstaan voor contact op een manier die bij hem of haar past.

Niet ieder kind heeft behoefte aan veel sociaal contact

Tegelijkertijd is het goed om te beseffen dat de behoefte aan sociaal contact sterk verschilt per kind. “Er zijn ook zeker kinderen die sociaal contact eigenlijk helemaal niet zo prettig vinden en daar ook niet echt naar op zoek zijn. Oogcontact kan dan al heel veel zijn,” vertelt Sophia.

Volgens Sophia vraagt dit om een voortdurende balans. Wanneer u merkt dat uw kind interesse heeft in contact, kunt u uw kind op een passende manier stimuleren. Kijk hierbij altijd goed naar de behoefte van uw kind.

Sociaal contact ziet er niet altijd uit zoals we verwachten

We moeten communicatie en sociaal contact breder bekijken. Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap uit het gesprek met Sophia. Sociale interactie ziet er niet voor ieder kind hetzelfde uit.

“Sociaal contact hoeft niet altijd te betekenen dat een kind praat of echt samen speelt. Samen op een schommel zitten en daarvan genieten kan óók sociaal contact zijn. Of samen bellenblazen. Het belangrijkste is genieten en plezier maken.”